Zweetwerk proeven

Een zweetwerkproef beoordeelt de geschiktheid van een hond voor de nazoek op ziek grofwild. Dit type proef valt onder de veldwerkwedstrijden en wordt uitgevoerd door gespecialiseerde keurmeesters.

Voorwaarden voor deelname

Om deel te mogen nemen aan een zweetwerkproef, moet je hond voldoen aan één van de volgende eisen:

  • Aantekening schotvast (Sv) of een gelijkwaardige buitenlandse aantekening
  • Officieel SJP-diploma (Standaard Jachthondenproef)

De proef wordt beoordeeld door twee keurmeesters.

De opbouw van de zweetwerkproef

Tijdens de proef volgt de hond een uitgezet spoor om de vaardigheden in speuren, spoorvastheid en doorzettingsvermogen te testen.

Verschillende wedstrijdsporen

Er zijn zes verschillende wedstrijdsporen, die variëren in:

  • Lengte: 500 meter of 1000 meter
  • Leeftijd van het spoor: 20-24 uur of 40-44 uur oud

Hoe wordt het spoor uitgezet?

Het spoor wordt uitgezet met zweet (bloed van ree of hert) en bevat:

  • Wondbedden en verwijspunten als herkenningspunten
  • Haken (haakse bochten) om het realisme van een natuurlijke nazoek te simuleren

Iedere deelnemer krijgt een uniek individueel spoor toegewezen.

Voorjagen van de hond

De hond moet worden voorgejaagd aan een minimaal zes meter lange, volledig afgerolde zweetriem met:

  • Zweethalsband of
  • Zweettuig

De loop wordt beoordeeld op:

  • Werkwijze
  • Spoorvastheid
  • Spoorwil

Beoordeling en kwalificaties

De volgende kwalificaties kunnen behaald worden:

  • U (Uitmuntend)
  • ZG (Zeer Goed)
  • G (Goed)

Daarnaast kan een CAC (Certificat d’Aptitude au Championnat) worden behaald, wat betekent dat de hond de maximale 100 punten heeft gescoord.

Wil je jouw hond testen op geschiktheid voor zweetwerk? Zorg voor een goede voorbereiding en training!